Mroko 2018




Mijn moeder heeft een paar jaar geleden Marokko 'ontdekt' met Krasreizen. Naar aanleiding van haar ervaringen hierover heb ik besloten dat het tijd wordt dat ze een andere kijk krijgt op dit land.
Het seizoen duurt nog maar even dus we besluiten op korte termijn op pad te gaan en ik heb maar een paar dagen de tijd om de boel te regelen: eerst bepalen wat we willen zien en en dan de bijbehorende route uitstippelen en vervoer regelen.
Transavia vliegt ons rechtstreeks naar Marrakech en Hertz is zo vriendelijk tegen het eind van de ochtend een Toyota Landcruiser voor ons klaar te zetten op het vliegveld. We besluiten niet de hele dag door de Souks van Marrakech te struinen maar rijden rustig naar de Oliveraie de Merigha, een kilometertje of vijftig naar het zuiden. Het is wat aan de frisse kant zodat we niet aan het zwembad kunnen zitten maar we worden weggestopt in een smakeloos verblijf met idem lunch. Ik hoop dat moeders het me niet kwalijk neemt.
Na de lunch rijden we alsnog naar Marrakech. We hebben van het hotel het telefoonnummer gekregen van een lokaal 'mannetje' die ons aan een parkeerplaats gaat helpen en we laten hem weten dat we rond 15:00 ter plaatse zullen zijn. Maar als we aankomen is er niemand te bekennen die ons lijkt te willen parkeren dus rij ik maar door. Ik kom er meteen achter dat om de hoek de weg snel onderdeel wordt van de Souks alwaar een slagschip van ons formaat nooit past. Doorrijden is geen optie en omdraaien kan niet dus ik zet hem in zijn achteruit en wacht tot het verkeer achter mij ruimte maakt. Ondertussen rennen er allerlei mannetjes nerveus om de auto en zoeven brommertjes aan alle kanten om mij heen. Natuurlijk genieten we van het extra autotoeterconcert. Ik negeer iedereen en rij rustig een eind achteruit een paar bochten om totdat ik ruimte heb om te keren. Inmiddels heeft ons mannetje zich gemeld en vinden we elkaar een stukje verderop. We vinden uiteindelijk samen een plekje op een bewaakte parkeerplaats van welgeteld 40 cent per uur.
We lopen samen naar het hotel een paar honderd meter verderop. Maar goed dat hij meegaat want dit hadden we nooit zelf gevonden. Uiteindelijk ligt het hotel achter een nietszeggend deurtje in een steeg van krap een meter. Maar dan kom je in een klein paradijsje en krijg je meteen Marokkaanse thee voorgeschoteld - en het is nog lekker ook! We hebben en prima plekje gevonden en zullen ons hier best vermaken.
We wandelen naar de Medina met al haar Souks. Het is een wirwar van straatjes en winkeltjes waar het heerlijk struinen is. We lopen door de koperwijk, leerwijk, kippenslachterswijk en nog veel meer gespecialiseerde gebiedjes. Natuurlijk zien we de wijk van lelijke troepsouvenirs. We komen uit op het Jemaa el Fnaa, het Leidseplein van Marrakech. Overdag al een drukte van jewelste met verhalenvertellers, slangenbezweerders en fruitverkopers, 's avonds ondergaat het plein een grote metamorfose: een groot gebied wordt bezet door dagelijks opgebouwde eetstalletjes. Zowel toeristententen als lokale stalletjes proberen de bezoekers te verleiden tot het oplopen van een authentieke buikverspettering. De passerende toeristen worden continu aangesproken door bloedirritante verkopers die niet begrijpen wat 'nee' betekent. Wij stinken er niet in en nemen een uiterst matige tagine met kip op een terras aan het plein.
De volgende dag genieten we van ons ontbijt op het dakterras van het hotel. We moeten besluiten of we vandaag de stad ingaan of dat we wat anders gaan doen. Het wordt wat anders: we pakken de auto en rijden en een paar uur naar het havenstadje Essaouira. Een prachtige rit met sterk afwisselend landschap en af en toe een kudde geiten in de bomen - kijk maar op Facebook als je het niet gelooft. In de oude stad lunchen we een broodje Falafel en, als we daarna naar de haven lopen, zien we dat we beter een vers visje op de barbecue hadden kunnen laten gooien: midden in de haven wordt prachtig vers zeevoer aangeboden met direct daarnaast kleine restaurantjes.
's Middags rijden we weer terug naar Marrakech. We wandelen weer wat door de Souks en eten 's avonds bij Qui-Zin, een heerlijke tagine op het terras met live muziek waar je niet eens helemaal gek van wordt. Na het eten wandelen we weer wat door de souks maar dat blijkt geen succes: de meeste winkeltjes zijn dicht en het is een beetje luguber.

Het is maandag en het wordt een lange dag. De eindbestemming is een dorpje even boven Boumalne Dades, zo'n 350 kilometer verderop. Qua afstand niet zover maar we zullen er best lang over doen. Als we de stad uitrijden wordt het verkeer snel rustiger en hebben we alle tijd om om ons heen te kijken. Na een uurtje beginnen we te klimmen en zitten we al snel in het Atlasgebergte. Er wordt veel aan de weg gewerkt waardoor de snelheid laag blijft maar uiteindelijk is het een prachtige weg die ons steeds verder de bergen inbrengt. Langs de weg staan veel verkopers met bergkristallen en een daarvan verkoopt aan mama een prachtige steen met knalrozerood interieur - wel na flink afdingen natuurlijk. Naarmate we hoger komen verdwijnen de bossen en zien we besneeuwde bergtoppen. Vlak na Tizi N'Tichka slaan we af op de P1506 - een onverharde weg. Hoewel we een grote 4x4 rijden blijkt dit niet nodig, de gravelweg ligt er prima bij en het is een heerlijke rit. We stoppen voor de lunch in Telouet en genieten van een heerlijke tagine met kip, lam, dadels en vijgen, in het zonnetje op een dakterras met mooi uitzicht.
Even verderop gaat het gravel weer over in asfalt en de weg slingert door slaperige dorpjes naar het zuiden. Na een uurtje komen we bij Aït Ben Haddou, een Unesco Werelderfgoed-dorpje. De huizen zijn van leem en het dorpje ligt tegen een flinke heuvel van waaraf je een leuk uitzicht over de vallei hebt. Dit dorpje wordt vaak gebruikt voor films, de bekendste is de scene in Jewel of the Nile waarbij Michael Douglas en Kathleen Turner met een straaljager raketten door de 'eeuwenoude' muur schieten om te ontsnappen.
Na een korte stop rijden we door naar Ouarzazate en nemen de Desert Highway richting Dades. We zijn inmiddels uit de bergen en het landschap wordt steeds woestijnachtiger. Rijdend tussen twee bergketens hebben we de mooiste uitzichten en we zien de hele rit aan links de besneeuwde bergtoppen van de Atlas liggen en daartussen lege woestijnvlaktes. Af en toe rijden we door groene riviervalleis.
De zon staat laag aan de horizon als we aankomen bij ons hotel in Aït Ben Ali, vlak boven Boumalne Dades. Het hotel ligt prachtig tegen de berghelling met adembenemende uitzichten. De vallei is een populaire bestemming maar het hotel trekt zich daar niet veel van aan. De eigenaar is een rare snuiter die de gasten vertelt wanneer ze waar moeten zitten voor een drankje (thee) of diner. We worden gedeponeerd in een deprimerend hok wat voor eetzaal moet doorgaan en krijgen daar een hap voorgeschoteld. Soep, koude spiezen van onbekende komaf en een sinaasappel als toetje. ieuw. Er staat buiten een snijdende wind dus we kunnen niet van het uitzicht genieten. We zitten even in de lobby maar dat is ook geen succes. We zijn best moe door de lange reis dus we besluiten maar op tijd naar bed te gaan. Dat blijkt ook geen sinecure want de bedden zijn keihard - zo hard dat we slecht slapen en wakker worden met blauwe plekken op de heupen. Na het ontbijt snel wegwezen dus en nooit meer terugkomen. Dar Esshaya heet die hut: vermijden!

Vandaag, dinsdag, rijden we naar N'kob, een slaperig dorpje aan de rand van de woestijn. We kunnen linksom of rechtsom het Anti-Atlasgebergte dat tussen ons en N'kob staat - een rit van een hele dag. Maar we hebben een prima Toyota Landcruiser bij ons en we besluiten de onverharde wegen dwars over de berg te nemen. Tot vlak voor Ikniouen is de weg nog verhard, daarna verdwijnt het asfalt en worden de uitzichten steeds mooier. Even later rijden we aan de andere kant van de berg naar beneden en wordt de weg steeds smaller. We vallen van de ene verbazing in de andere, achter elke bocht wacht een nieuw uitzicht - elke keer weer mooier. We voelen ons hartstikke stoer in onze dikke 4x4 en kijken beteuterd als we een renaultje 4 tegenkomen met 2 schapen in de achterbak...
De weg is zó adembenemend mooi, woorden schieten tekort. We stoppen een paar keer en de oorverdovende stilte en prachtige natuur zijn overweldigend. Maar als je hiervan ook wilt genieten moet je snel zijn, ze zijn druk bezig om deze weg te verleggen en verharden. We zien overal dat dit een grote weg moet worden, ze willen kennelijk veel toeristen naar dit gebied brengen. Na slechts anderhalf uur komen we aan bij onze Kasbah - een prachtig complex aan de rand van de woestijn. Onze kamer is een huisje met twee verdiepingen, een dakterras en woonkamer. Het hoofdgebouw heeft twee verdiepingen en is gebouwd van leem - als je op het dak je voeten stampt voel je het hele gebouw schudden. Dus in plaats van op de grond stampen kijken we om ons heen: tientallen kilometers uitzicht met de bergen die we zojuist overgestoken zijn op de achtergrond en een grote palmbomenoase vlak voor ons tegen het dorpje aan. Dit dorpje heeft 45 grote kasbahs en is leuk om doorheen te wandelen. We lunchen bij een kasbah die van een Duister blijkt te zijn dus we genieten behalve van een Berber omelette ook van een heerlijk koud biertje. Hiephiep Warsteiner!
We grappen tijdens de lunch dat het noodweer wordt want we zien precies 1 klein wolkje voorbij komen. Hadden we dat maar niet gedaan want twee uur later barst Afrikaans noodweer los: donder en bliksem, storm en regen komen allemaal even op bezoek. We zijn net op tijd binnen en bereiden ons voor op een dag in deze hoosbui. Maar een uurtje later is het droog en even later is er geen wolkje aan de hemel - TIA! (This Is Africa)

Het is inmiddels woensdag en vandaag wordt het spannend: we gaan diep de woestijn in. Eerst nog een stuk asfalt: we rijden vlotjes naar Zagora waar we water en bier inslaan. We wandelen over de boulevard waar het een drukte van jewelste is. Alle terrasjes zitten vol met thee- en waterdrinkende mannen - er is geen vrouw te zien. We scoren zelf ook een bakkie mierzoete leut en rijden daarna verder. Nog 100 kilometer naar M'hamid waar de Sahara echt begint. Het landschap wordt steeds leger maar af en toe rijden we ineens door palmbomenbossen.
M'hamid is een stoffig gat dat zijn bestaan heeft te danken aan de toeristen die naar Erg Chegaga willen gaan. Dit zijn hoge duinen 50 kilometer verderop, via vage paden door de woestijn. We eten er een hapje en sluiten aan bij een groepje toeristen die naar een tented camp tegen de duinen gaan. 2 Polen en 2 Italianen - een gezellig clubje. We regelen een fikse korting omdat we met onze eigen auto gaan en even later vertrekken we. Al snel word de weg zanderig. Diep en stoffig woestijnzand - sturen heeft eigenlijk nauwelijks zin, de auto volgt vanzelf het spoor en hoewel er tientallen sporen zijn kan je nauwelijks verdwalen: de navigatie geeft aan waar we rijden, ik weet waar we moeten zijn en uiteindelijk leiden alle sporen hier naar hetzelfde einddoel: de duinen. Na een half uurtje verandert het spoor van diep zand naar gravelpaadjes waardoor ik wat meer tijd heb om om mij heen te kijken. De Toyota blijkt een beest in het zand, zonder morren en uiterst comfortable zoeven we door de woestijn, radio en airco aan, moeders als een vorst naast mij op haar troon. Wel erg stoer dat Ma zonder een seconde twijfel of morren meegaat op zo'n avontuur.
Na zo'n twee uur komen we aan in het kamp. Midden tussen de duinen staan een paar tenten. We gooien onze tassen op bed en verkennen de omgeving een beetje. De Polen springen meteen op een stel dromedarissen en gaan er vandoor, de Italianen klimmen de hoogste duin op om de zonsondergang te bekijken en wij gaan vlak bij het kamp op een duintopje zitten. Het is prachtig en de zon zinkt langzaam richting horizon. Het licht - en de schaduwen - worden steeds mooier. Prachtige bruintinten, absolute stilte en volledige afzondering.
Even later blijkt dat tweehonderd meter nog een kamp is. En even verderop nog een. In totaal zijn hier 45 kampen! Chegaga is stiekum Big Business... Elke dag rijden hele kuddes mensen door de woestijn om met zijn allen bij elkaar afgezonderd alleen in de woestijn te zijn.
Maar dat is iets te cynisch. De ervaring is namelijk adembenemend. Je merkt nauwelijks dat er andere mensen zijn en voelt je helemaal alleen in de woestijn. Je kan mijlenver zien: we zien vijftig kilometer naar het noorden dat het daar flink regent en vijftig kilometer ten zuiden van ons zien we de bergkam die de grens is tussen Marokko en Algerije.
Na het eten stoken we een kampvuurtje en de gidsen zetten een muziekje op met Djembe en valse gitaar. Een betoverende avond onder de sterrenhemel.

Als we de volgende dag weer terugrijden naar de 'beschaving' wilt onze gids wel eens rijden in zo'n automatatische 4x4 en hij geniet met volle teugen. Wij ook trouwens. Hij raakt alleen wel al snel onze andere gids kwijt maar we gaan er vanuit dat er meerdere wegen naar M'hamid leiden. Zijn rijervaring blijkt beperkt, hij zit verkrampt en met drijfnatte handjes achter het stuur. Na een half uurtje neem ik het stuur weer over want het diepe zand komt eraan - voor hem dagelijkse kost, voor mij een zeldzame mogelijkheid en een absoluut genot. In deze eenzame en lege woestijn komen we toch regelmatig groepen Europese offroaders tegen die kuddegewijs in elkaars spoor door de woestijn crossen. We zien zelfs twee overlandertrucks staan: een 4x4 en een 6x6 MAN. In M'hamid nemen we afscheid en we rijden vlot door naar Agdz, 200 kilometer terug richting het noorden.

Onderweg lunchen we nog even in Hotel Scirocco in Zagora, alweer een heerlijke tagine, deze keer met gehaktballetjes van Ikea. Of Fatima. We hebben zoals gewoonlijk gezelschap van een kat die er ook van kan genieten. Mama mist haar katje.

Als we 's middags aankomen in Agdz vinden we ons hotel aan de rand van het dorpje aan het eind van een stoffige steeg die 3 centimeter breder is dan de Toyota. Het hotel is een klein paradijsje: palmbomen, bougainville, pauwen, een zwembad en een prachtige kamer. We spoelen het woestijnstof van ons af en vinden een rustig plekje in de tuin tussen de bloemen onder de palmbomen. 's Avonds eten we aan het zwembad en daarna gaan we bijtijds naar een heerlijk bed.

Donderdagochtend rijden we terug naar Marrakech. De weg over de Atlas is nog steeds prachtig en 's middags zijn we weer in de stad. Het verkeer is weer een chaos dus ik geniet me suf. Af en toe rij ik een beetje te enthousiast en een pliesiesmeris wilt mij aanhouden als ik wat te vlotjes over een kruispunt cross maar ik besluit hem maar niet te zien en schiet de kleine straatjes in - ik zie hem in de spiegel ons beteuterd nakijken. We parkeren weer op dezelfde bewaakte parkeerplaats als eerder deze week en we worden begroet als oude bekenden. Ons nieuwe hotel ligt een paar honderd meter voorbij het oude hotel en met mapsme op de telefoon navigeren er zo naartoe. De laatste honderd meter gaat door zulke smalle steegjes dat je de muren met beide kanden tegelijk kunt aanraken en mama vindt het allemaal erg spannend. Totdat we door de deur van het hotel aan het eind van het steegje lopen: we staat ineens weer in een paradijs. Je merkt niets meer van de drukte van de stad net buiten de muren en we hebben een ruime kamer bovenop het dak. We besluiten vandaag niets meer te doen en eten 's avonds op het terras voor onze deur. Alweer tagine maar wel de lekkerste die we ooit gehad hebben. Als het donker wordt worden de gelovigen naar het gebed geroepen en overal om ons heen schalt het "Allahu Akbar" door de honderden speakers van de moskeeën.

Het is de laatste dag, zaterdag, en we besluiten na het ontbijt nog een keer de souks te verkennen. We geven de keuken van het hotel de opdracht voor ons een Tanjia te maken: een typisch Marrakeshiaans gerecht van rundvlees wat een paar uur bereiding nodig heeft. Na de onwaarschijnlijk lekkere lunch op het dakterras kijken we samen terug op een fantastische week. We hebben genoten van een prachtig land met lieve mensen, heerlijk eten en een overweldigende natuur. We rekenen ons rijk dat we dit als moeder en zoon hebben kunnen doen en heffen samen het glas op papa, opa en oma die dit helaas niet hebben mogen meemaken.

Mama, dank je wel voor een onvergetelijke week.